
de Volkskrant
31 oktober 2015 zaterdag
Section: Sir Edmund; Blz. 6
 MARTIJN VAN CALMTHOUT
Berichten verspreiden zich vaak razendsnel, of ze nu kloppen of niet. Wij proberen de zin van de onzin te scheiden. Deze week: gaat er echt steeds meer geld naar de wetenschap? 
Daar keken velen toch even van op, het nieuws van NRC Handelsblad zaterdag dat er de laatste tien jaar alleen maar geld bijgekomen is voor de Nederlandse wetenschap. Terwijl de academische klaagzangen over geldgebrek niet van de lucht zijn, spreken de statistieken boekdelen: aan het onderzoek binnen het hoger onderwijs werd in 2013 nog 4.050 miljoen euro besteed, tegen 1.500 miljoen in 1990. Dat is gemiddeld 128 miljoen per jaar erbij, een groei van 5 procent. 

Hebben de wetenschappers dan geen recht van klagen? Ja en nee, en zoals gewoonlijk is het vooral een kwestie van framen. De genoemde groeicijfers kloppen, die komen bijvoorbeeld van de universiteiten zelf. En ook van het Rathenau Instituut in Den Haag, dat de wetenschapsbudgetten natelt. In die zogenoemde TWIN-rapportages wordt al jaren vastgesteld dat de totale onderzoeksinspanning van de bv Nederland eerder daalt dan stijgt. Maar dat is het totaal, waarin vooral de industrie en ministeries de hand steeds meer op de knip houden. Dat merken vooral de niet-universitaire researchinstituten en industrielabs. 

Maar uitgerekend het universitaire onderzoek, betaald door OCW, krijgt inderdaad altijd weer meer. De universitaire wetenschap is een groeisector, hoe ze het verder zelf ook voelt. 

Voor die laatste vorm van cognitieve dissonantie zijn wetenschappelijk gezien wel verklaringen, weet prof. Barend van der Meulen van Rathenau, die het NRC-nieuws dus geen echt nieuws vond. Dat er op de universiteiten systematisch wordt geklaagd, heeft volgens hem vooral te maken met een wezenlijk andere manier van financiering. Vroeger kregen de universiteiten geld naar gelang ze meer studenten hadden. Nu moeten individuele onderzoekers dat geld met voorstellen binnenhalen. Instanties als NWO honoreren daarvan gemiddeld minder dan 20 procent, de rest heeft een kater. 

Er lijkt zelfs een heuse paradox in het financieringssysteem te zitten. Juist omdat er meer geld omgaat op de universiteit, worden ambities steeds groter en keuzes scherper. Daarom gaat het daar toch alle dagen over reorganiseren en bezuinigen. Daar wordt niemand vrolijk van. 
Jaarlijks 128 miljoen erbij, een groei van 5 procent, en toch de eeuwige klaagzang over te weinig geld 





